Zo lees je een GGD-inspectierapport
Bijgewerkt op . Uitleg in gewone taal; de wet en het rapport van de GGD zijn leidend.
Na elk bezoek schrijft de GGD een inspectierapport. Bijna alle GGD's gebruiken hetzelfde landelijke model, dus de rapporten lijken op elkaar. Zo vind je snel wat je wilt weten.
Het voorblad
Bovenaan staan de naam van de locatie, het LRK-nummer, de GGD die het onderzoek deed, de gemeente die de opdracht gaf, de datum van de inspectie en het soort onderzoek. Kijk ook naar de status: alleen een rapport met de status "Definitief" is vastgesteld.
Het soort onderzoek
- Onderzoek voor registratie: vóór de opening. Een nieuw kinderdagverblijf mag pas open na dit onderzoek. Alle onderwerpen worden getoetst.
- Jaarlijks onderzoek: het gewone bezoek, meestal onaangekondigd.
- Nader onderzoek: een extra controle of tekortkomingen uit een eerder rapport zijn hersteld.
- Incidenteel onderzoek: met een aanleiding, bijvoorbeeld een verzoek van de houder om meer kindplaatsen, of een signaal.
Meer over hoe vaak de GGD komt, lees je in Hoe vaak inspecteert de GGD?
De beschouwing
In het eerste hoofdstuk beschrijft de toezichthouder wat er is gedaan (een bezoek, gesprekken, documenten bekeken), wat voor locatie het is en hoe eerdere inspecties zijn verlopen. Dat stuk is in gewone tekst en geeft vaak het snelste beeld.
Het advies aan de gemeente
Direct na de beschouwing staat het advies van de GGD aan het college van burgemeester en wethouders. Na een jaarlijks onderzoek is dat meestal "geen handhaving" of "handhaven". Het is een advies: de gemeente beslist. Wat dat betekent, lees je in Wat betekent handhaving?
De bevindingen per domein
Daarna volgen de domeinen, zoals pedagogisch klimaat, personeel en groepen, veiligheid en gezondheid, accommodatie en ouderrecht. Per onderdeel staat of aan de eisen is voldaan. Een eis waaraan niet is voldaan, heet een tekortkoming of overtreding. Achterin staat een lijst van alle eisen die bij dit bezoek zijn getoetst, met het wetsartikel erbij.
Niet alles wordt elke keer getoetst
Bij een jaarlijks onderzoek kijkt de GGD niet naar alle eisen. De toezichthouder kiest per bezoek de onderwerpen, op basis van onder meer het risico en de vorige inspecties. Dat heet flexibel of risicogestuurd inspecteren. Het rapport zegt welke domeinen getoetst zijn.
Staat er "geen tekortkomingen", dan geldt dat dus alleen voor wat bij dit bezoek getoetst is. En meer tekortkomingen dan vorig jaar kan ook betekenen dat er dit keer andere onderwerpen aan bod kwamen.
Herstelaanbod
Bij sommige overtredingen krijgt de houder een herstelaanbod: de kans om het probleem direct op te lossen, voordat het rapport klaar is. Dan staat er bijvoorbeeld "na herstelaanbod is voldaan". De overtreding is dan opgelost, maar blijft wel in het rapport staan.
De zienswijze van de houder
Voordat het rapport wordt vastgesteld, krijgt de houder het ontwerprapport te zien en kan de houder erop reageren. Die zienswijze staat als bijlage achterin. Heeft de houder dat niet gedaan, dan staat dat er ook.
Wanneer is het rapport openbaar?
Het definitieve rapport wordt automatisch gepubliceerd in het Landelijk Register Kinderopvang. Achterin het rapport, bij "Planning", staat wanneer het is vastgesteld en openbaar gemaakt. Tussen het bezoek en de publicatie zitten vaak een paar weken.
De houder moet het rapport ook zelf zo snel mogelijk op de eigen website zetten, goed vindbaar. Heeft de houder geen website, dan moet het rapport ter inzage liggen.
Tips
- Lees eerst de beschouwing en het advies, dan de domeinen met tekortkomingen.
- Kijk welke domeinen getoetst zijn, en vergelijk een paar jaar, niet één rapport.
- Vraag bij een rondleiding wat de opvang met de punten uit het laatste rapport heeft gedaan.
Bronnen
- Wet kinderopvang, artikel 1.62 (onderzoeken van de toezichthouder)
- Wet kinderopvang, artikel 1.63 (het inspectierapport en de zienswijze)
- Wet kinderopvang, artikel 1.54 (de houder informeert ouders over het rapport)
- Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
- DUO: Landelijk Register Kinderopvang